Het gaat goed met Nederland. De economie groeit, inwonersaantallen en werkgelegenheid in met name de grote steden groeien nog harder. Wat niet goed gaat is de bereikbaarheid van deze steden, die wordt in toenemende mate een uitdaging.



In de afgelopen maanden hebben de kranten diverse malen geopend met berichten dat het spoor uit zijn voegen barst: “het spoor is bijna vol”, “miljarden nodig om drukte op spoor op te vangen”. Niet alleen het spoor heeft last van de groei, ook de weg. Volgens de ANWB is de filedruk op de Nederlandse wegen in de eerste zes maanden van dit jaar met ongeveer 20 procent gestegen, ten opzichte van dezelfde periode in 2017.

Mobiliteitsinfarct
Niet alleen tijdens de ochtend- en avondspits staat er veel meer file, ook overdag is het drukker dan normaal. We hebben dus een opgave als het gaat om onze infrastructuur, maar ook in de exploitatie van vervoersdiensten liggen er uitdagingen. De combinatie van een groeiende mobiliteitsbehoefte en toenemende problemen om voldoende chauffeurs in het stads- en streekvervoer te werven leidt ook tot uitdagingen. Kortom, er ontstaat een mobiliteitsinfarct. Een infarct dat we al jaren geleden zagen aankomen…

Overheden en bedrijven die zich nu zorgen maken zijn vaak al jaren aan het praten over te nemen maatregelen. De oplossing voor het spoor zou liggen in het programma Hoogfrequent Spoorvervoer. In 2020 moeten er op de drukste trajecten in Nederland zes intercity’s en zes sprinters per uur rijden.

De realiteit is dat we dit doel in 2020 in hooguit één van de beoogde trajecten realiseren. Ook als er al consensus komt over de uitbreiding van de capaciteit op het spoor, valt er vaak geen besluit, of zijn er tegenvallers zoals bij de aanleg van de Noord-Zuidlijn of het doortrekken van de A4 bij Delft.

Technologie voor beter benutten capaciteit

Als uitbreiding van capaciteit op korte termijn niet mogelijk is ligt het voor de hand om te kijken naar mogelijkheden om de beschikbare capaciteit beter te benutten. Technologie kan ons daarbij helpen.

Technologie om steden bereikbaar te houden, is ook eenvoudig te gebruiken om de bereikbaarheid en leefbaarheid van landelijke gebieden te verbeteren. Ook hier is een grote behoefte aan afstemming tussen vraag en aanbod.

Waar in steden de opgave ligt in het spreiden van mobiliteit, ligt deze buiten de steden in het bundelen van mobiliteit. Autogebruik, zeker als het gaat om elektrische voortuigen, is in landelijke gebieden geen probleem. Technologie stelt ons in staat om ritten te combineren. Dit kan zowel binnen bestaande – vaak door de overheid gefinancierde – vormen van mobiliteit, als daarbuiten.

Ontschotting tussen verschillende financieringsvormen voor openbaar vervoer, leerlingenvervoer, WMO-vervoer kan zowel leiden tot een verbetering van de kwaliteit voor gebruikers als tot een financiële besparing. De realisatie hiervan is enkel een kwestie van politieke wil.

Beperkte rol OV

Om het bereikbaarheidsprobleem op te lossen is het goed om te beseffen dat openbaar vervoer vandaag de dag maar voor een beperkt deel meespeelt in de oplossing van het mobiliteitsvraagstuk. In grote steden als Rotterdam, Den Haag en Amsterdam vormt dit slechts 10% van de totale mobiliteit. De belangrijkste vormen van mobiliteit in alle drie deze steden zijn fietsen en wandelen. Amsterdam steekt hier, ook internationaal, met kop en schouders boven uit.

Heilige Graal

De Heilige Graal om het bereikbaarheidsvraagstuk op te lossen ligt in het toepassen van beschikbare technologie. Door reizigers actief te voorzien van informatie over hun reistijd en inzicht te geven in het effect van dertig minuten eerder of later vertrekken, kunnen files aanzienlijk verminderen.

Hetzelfde geldt voor de hyperspits in het openbaar vervoer. Al minstens net zo lang als er gesproken wordt over bereikbaarheidsproblemen wordt er gesproken over de noodzaak om college- en schooltijden aan te passen. Tot op heden lijkt dit, ondanks de groeiende toepassing van technologie in het onderwijs, om allerlei redenen niet mogelijk.

Naast al dan niet dwingende adviezen is het beprijzen van schaarste en gebruik onafwendbaar. Na de H en G woorden (Hypotheek en Gronings Gas) moeten we ons opmaken voor het R woord (Rekeningrijden).

Toepassing van technologie is in veel gevallen afhankelijk van de politiek. Om het huidige en groeiende bereikbaarheidsprobleem op te willen lossen moet de politiek een keer het lef hebben om door te pakken en over te gaan tot beprijzen, ontschotten en om geplande traditionele infrastructurele uitbreidingen te realiseren.

Dezelfde steden en regio’s die hun zorgen uiten over toenemende problemen met bereikbaarheid zijn op veel fronten dan ook zelf aan zet. Een mooi thema voor de provinciale verkiezingen van 2019.

Bart Schmeink
CEO


Terug